Toyota pleit voor ‘Made with Europe’: samenwerken om Europese auto-industrie veilig te stellen
- Toyota pleit voor een regelgevingsaanpak op basis van het principe ‘Made with Europe’, waarbij betrouwbare partners, waaronder het Verenigd Koninkrijk, Turkije en Japan, worden erkend.
- CO₂-doelstellingen moeten pragmatisch, technologieneutraal en haalbaar zijn, met een nalevingsperiode rond 2030 en flexibiliteitsmaatregelen richting 2035.
- Voertuigen die uitsluitend rijden op toegelaten brandstoffen (Vehicles Exclusively using Eligible Fuels, VEEF) moeten als emissievrij worden erkend.
- Voertuigen met brandstofceltechnologie moeten buiten het toepassingsgebied blijven totdat de markt zich verder heeft ontwikkeld.
Nu de Europese wetgevers werken aan de Industrial Accelerator Act en het Automotive Package, en de Britse regering haar Zero Emission Vehicle (ZEV)-mandaat herziet, roept Toyota de beleidsmakers op om pragmatisch te handelen en samenwerking centraal te stellen. Zo kan de toekomst van de Europese auto-industrie worden veiliggesteld.
Toyota spreekt vanuit de positie van een fabrikant die al meer dan 60 jaar actief is in Europa. Het bedrijf ontwerpt, ontwikkelt en produceert er voertuigen, motoren en hybridesystemen en investeert samen met Europese partners en leveranciers in vaardigheden en knowhow.
“Toyota is geen gast in Europa. Wij zijn een Europese autofabrikant en willen dat de Europese auto-industrie succesvol is”, aldus Yoshihiro Nakata, president en CEO van Toyota Motor Europe.
Toyota steunt de Europese klimaatdoelstellingen ten volle en is ervan overtuigd dat de beslissingen die de komende maanden worden genomen, ambitie met pragmatisme moeten combineren. Dat betekent regelgeving die rekening houdt met de werkelijke vraag van klanten, openstaat voor alle technologieën die de CO₂-uitstoot verminderen en de belangrijke bijdrage van betrouwbare partners erkent.
Van ‘Made in Europe’ naar ‘Made with Europe’
Toyota steunt de ambitie van de Industrial Accelerator Act om de industriële basis van Europa te versterken. Die ambitie moet echter gepaard gaan met voldoende schaalgrootte. Samen met betrouwbare partners zoals het Verenigd Koninkrijk, Turkije en Japan vertegenwoordigt de Europese markt ongeveer 31 miljoen voertuigen. Die schaalgrootte is noodzakelijk om wereldwijd te kunnen concurreren.
Volgens Toyota zou een regel die de assemblage uitsluitend binnen de EU vereist, een verkeerd signaal afgeven aan investeerders die al jarenlang in Europa actief zijn. Een voertuig dat in Europa wordt geproduceerd, vertegenwoordigt immers veel meer dan alleen de herkomst van de onderdelen. Ook de engineering, het onderzoek en de ontwikkeling, de assemblage en de bijbehorende geschoolde banen maken er deel van uit.
Toyota roept de Europese wetgevers daarom op om:
- Het principe ‘Made with Europe’ toe te passen: een beperkt aantal betrouwbare partners met een vrijhandelsakkoord of een douane-unie te erkennen, op voorwaarde van volledige wederkerigheid. Het Verenigd Koninkrijk, Turkije en Japan behoren tot deze partners.
- De vereisten inzake Europese inhoud gefaseerd in te voeren: toe te werken naar 70% na drie jaar, berekend op basis van de af-fabriekwaarde van het voertuig, waarbij ook de waardecreatie door engineering, onderzoek en ontwikkeling en de eindassemblage wordt erkend.
- Geen bindende inhoudelijke vereisten voor de automobielsector toe te passen vóór 2030, in overeenstemming met de ontwikkelingscycli van voertuigen en de investeringscycli in de toeleveringsketen.
- Een realistischer drempel voor het totale aandeel van de voertuigverkoop vast te stellen: 70% moet lokale productie stimuleren zonder de onevenredige nalevingsrisico’s die gepaard gaan met de voorgestelde drempel van 85%.
- Eén samenhangende reeks regels toe te passen voor overheidsopdrachten, stimuleringsmaatregelen en bedrijfswagenparken, zodat voertuigen die samen met betrouwbare partners worden geproduceerd, op gelijke voet in aanmerking komen.
- Voertuigen met brandstofceltechnologie tijdelijk uit te sluiten, zodat de markt en de Europese toeleveringsketen zich verder kunnen ontwikkelen voordat lokalisatieregels van toepassing worden.
CO₂-regels die ambitieus en haalbaar zijn en aansluiten bij de marktvraag
Het Automotive Package moet de ambitieuze koers richting 2035 handhaven. Tegelijkertijd moeten fabrikanten voldoende flexibiliteit krijgen om in te spelen op het werkelijke tempo van de klantenvraag en de veranderingen op de markt.
Naar verwachting zullen batterij-elektrische voertuigen tegen 2030 ongeveer 45% van de nieuw verkochte personenwagens vertegenwoordigen, terwijl de huidige regels een aandeel van meer dan 55% vereisen. Voor lichte bedrijfsvoertuigen (LCV’s) is de kloof nog groter. Zonder voldoende flexibiliteit zullen fabrikanten middelen moeten besteden aan het naleven van de regelgeving in plaats van te investeren in de technologieën die Europa nodig heeft.
Toyota roept de Europese wetgevers daarom op om:
- Een nalevingsperiode van vijf jaar in te voeren, van 2028 tot en met 2032, om de overgang in 2030 en 2031 geleidelijker te laten verlopen. Daarnaast moet voor 2035 een CO₂-reductiedoelstelling van 90% worden vastgesteld, met aanvullende flexibiliteitsmaatregelen voor hernieuwbare brandstoffen en groen staal om het resterende verschil te overbruggen.
- Lichte bedrijfsvoertuigen afzonderlijk te behandelen, met een reductiedoelstelling van 35% tegen 2030 en 80% tegen 2035, en met een berekening op basis van het gemiddelde over vijf jaar. Zo kan rekening worden gehouden met de behoeften van zakelijke klanten op het vlak van rijbereik, laadvermogen en inzetbaarheid.
- Voertuigen die uitsluitend rijden op toegelaten hernieuwbare brandstoffen (VEEF) als emissievrij te erkennen, op basis van één EU-definitie die is afgestemd op de richtlijn hernieuwbare energie (RED III).
- De doelstellingen regelmatig te herzien wanneer de vraag of de infrastructuur zich niet volgens de verwachtingen ontwikkelt.
“Afzondering maakt ons zwakker. Europa beschikt over de capaciteiten, de mensen en de betrouwbare partners om een voortrekkersrol te spelen. De regelgeving moet echter aansluiten bij het tempo waarin klanten kunnen én willen veranderen. ‘Made with Europe’ is onze belangrijkste oproep, want samen staan we sterker”, aldus Matt Harrison, Chief Corporate Officer van Toyota Motor Europe.



